Mijn korte reisje

Soms zou ik willen dat ik terug kon naar vroeger. Even een uitstapje maken. Het heden laten voor wat het was. Terug het verleden in. Ik zou niet eens diep gaan graven. Nee, ik graaf maar een klein beetje het verleden in. Het verleden is geweest, wat toen was, heet nu vroeger. Wat klinkt dat serieus. Alsof er inmiddels honderd jaren in mijn leven verstreken zijn. Toch wil ik even terug naar die tijd van toen. Héél even maar. Echt maar heel even, gewoon omdat ik zo nieuwsgierig ben.

Ik ben er klaar voor en mijn reis naar ‘Vroeger’ kan beginnen. Ik wacht geduldig tot de graafmachine die me naar ‘Vroeger’ brengt – of nou ja, graaft – arriveert. Eindelijk is hij er en ik stap in. Na vijf minuten gegraven te hebben, hebben we de eerste bestemming bereikt: ’11 jaar’. Hier wilde ik graag even langs, want toen ik elf jaar was, verliet ik de basisschool voor de middelbare school. Een nieuwe fase brak aan. Geen klein meisje meer, maar een ‘echte grote meid’, zoals alle tantes en oma’s dat zo mooi tegen me zeiden. “Wacht maar, tot je straks ouder bent”, zeiden ze dan ook nog. Het was raar om de basisschool te verlaten. Na al die jaren, was je inmiddels zo gewend. Je hebt hier een onbezorgde tijd gehad. Geen huiswerk, geen verplichtingen en al het andere wat het voorgezet onderwijs af en toe o, zo vervelend maakt. Na school sprak je af met vriendinnetjes, speelde buiten en maakte plezier.
Wat was dit een mooie tijd, zeg. Blij dat ik hier even langs ben gegaan. Maar de tijd begint te dringen en ik stap mijn graafmachine weer in.

We hebben de volgende bestemming bereikt: ‘7 jaar’. Het was een koude dag in december. Een beetje net zo’n dag als vandaag, alleen lag er deze keer geen sneeuw en was het de zesde van de maand. Één dag na Sinterklaas dus. De Goedheiligman was alweer een dag het land uit. Reden genoeg dus, dacht ik, om eens uit te pluizen hoe het nou werkelijk zat. Want zeg nou zelf, zo’n aardige, oude man met al die cadeautjes en Pieten kon toch niet echt bestaan? Ik kon het niet geloven, toch hoopte ik stiekem dat hij wél bestond. Want zou anders volgend jaar alleen mijn broertje zijn schoen mogen zetten? Ik raapte al mijn moed bij elkaar en vroeg het mijn moeder. De Sint bestond niet, wat baalde ik. Maar bovenal was ik trots, ik deelde een heel groot geheim, dat was stoer! De meesten van mijn vriendjes en vriendinnetjes wisten nog niets van dit geheim af en ik wel. Zo, dat had ik toch mooi voor elkaar.

Tevreden stap ik mijn graafmachine weer in. Heerlijk om me te laten vervoeren naar ‘Vroeger’. Mijn reis zit er helaas al bijna op. We gaan al naar de laatste bestemming. Dat is even wat verder graven, maar het komt helemaal goed. Voor ik het weet zijn we gearriveerd. ‘2 jaar’, staat er met grote letters op het bordje langs de weg. Het was een mooie herfstdag en de zomer was nog niet helemaal weg, leek het wel. De zon deed zijn werk goed en liet alle bladeren aan de bomen schitteren. Misschien was dit een voorteken, er stond namelijk iets bijzonders te gebeuren. Daphne kreeg een broertje. ‘Sven’ heette het jongetje en ze was er apetrots op. Ze was de vrolijkste peuter op de wereld en iedereen mocht het weten: “We hebben een baby, hij heet ‘Spen’. Toch snapte ze er maar weinig van, want toen de kraamhulp na een week weer weg ging, merkte Daphne op: “Je bent wat vergeten!” De kraamhulp keek haar vragend aan en vroeg wat ze dan vergeten was, waarop Daphne verbaasd zei: “De baby!”

Lachend neem ik weer plaats in de graafmachine. Ik vind het genoeg geweest. Ik heb weer even genoten van mijn reisje naar het verleden. Ik kijk er naar uit weer lekker het heden in te gaan. Maar reken maar dat ik over een paar jaar weer een reisje naar het verleden maak, want ik wil wel weten of de dromen die ik nu heb werkelijkheid zijn geworden en ik deze nog een keer op mag zoeken met mijn graafmachine.

Echte schoonheid zit van binnen

De media en het schoonheidsideaal, een discussie waar je uren over door kan gaan. Wie is er schuldig, wie niet? Waarom proberen zoveel mensen aan het zogenaamd heersende schoonheidsideaal te voldoen met alle gevolgen van dien? Ik vind dat je jezelf moet zijn, dan ben je veel mooier en je komt er veel verder mee.

Met twee cupmaten groter, vollere lippen, een schaamlipcorrectie en een strakkere kont loopt de net achttienjarige Chelsey de praktijk voor plastische chirurgie uit. Chelsey is een platinablonde dame met altijd felrood gelakte nagels en een piepklein hondje in een panterprint tasje, gemaakt van écht pantervel. Hoe kan het ook anders met een vader die zo rijk is. Chelsey wilde graag nog mooier zijn dan alle vrouwen en meisjes die ze kende. Ze wilde ook graag nog meer jongens in haar bed, vandaar die schaamlipcorrectie en een borstvergroting van cup B naar cup D. Haar billen mochten ook wel wat strakker, soms flubberden ze een beetje, had ze het idee. Haar lippen waren niet zo vol als die van Angelina Jolie, die heeft ze dus ook maar op laten spuiten. Nu ik toch bezig ben, kan ik het maar beter goed doen, dacht ze bij zichzelf. Waarom ook niet? Pappie wilde graag dat zijn kleine meisje gelukkig was, daar liet hij het geld wel voor rollen. Diep in zijn hart hoopte hij dat zijn Chelsey, zijn bloedeigen dochter, ooit nog eens beroemd zou worden om haar schoonheid. Hier had hij alles voor over, Chelsey ook. Ze schreef zich in voor de missverkiezing.

Chelsey snapte niks van haar tweelingzus, Meggie, die heel anders was dan zij. Meggie is niet platinablond, ze heeft nog steeds haar eigen haarkleur. Ze koopt haar kleren gewoon bij H&M en Zara, heeft genoeg aan mascara, studeert HBO Verpleging en werkt in de supermarkt om zo haar eigen geld te verdienen. Chelsey kon zich niet voorstellen hoe haar zus het uithield om oude, verrimpelde mensen te wassen en uren achter een kassa te zitten. Zoiets was aan haar niet besteed, laat staan dat ze er ook maar over nadacht. Liever dacht ze aan de laatste nieuwtjes op mode- en beautygebied. De band tussen Chelsey en Meggie was niet goed, slecht zelfs. Ze schaamden zich voor elkaar. Meggie vond haar zus een ‘neppe, op schoonheid- en geldbeluste slet’. Ze kijkt alleen maar naar uiterlijk, geld en mannen. Oppervlakkiger kon het niet. Haar zus had voor niemand respect, of nou ja, voor één iemand misschien en dat was ze zelf. Chelsey had haar woordje over zus Meggie ook wel klaar. Ze vond haar een ‘simpele, burgerlijke trut’.

Een maand later had Chelsey de finale van de missverkiezing bereikt. Ze was bloedfanatiek en vastberaden het mooiste meisje van Nederland te worden en daarmee uitgeroepen te worden tot ‘Meest sexy vrouw’. Die titel wilde ze maar al te graag. Daarom ging ze over lijken. Ze at alleen nog maar sla en appels, zo mocht geen grammetje aankomen, want dan was ze te dik, vond ze. Hele middagen was Chelsey in de sportschool te vinden. Meggie keek de schoonheidsfascinatie van haar zus met leden ogen aan en vond het meer dan vreselijk om mee te moeten naar de finale van de missverkiezing. Ze hoopte vurig dat Chelsey niet zou winnen en daardoor tot inkeer zou komen. Meggie keek vol afschuw naar het ‘neppe showtje’ dat men ‘missverkiezing’ noemt.

Tijdens de missverkiezing had Chelsey haar zinnen gezet op die mooie jongen in het publiek. Ze lachte naar hem, sjanste, flirtte, liep hem op haar mooist voorbij en gooide al haar charmes in de strijd en dat zijn er nogal wat, vond ze zelf. Maar helaas, het hielp niet. De jongen reageerde nergens op en negeerde haar volkomen. Dit had Chelsey nog nooit meegemaakt. Ze was nog nooit afgewezen, toch gebeurde dat nu echt. Ze was niet meer te genieten en daardoor ging alles verkeerd tijdens de finale. Daarbij kwam nog eens dat ze vandaag pas één blaadje sla gegeten had en duizelig was van de honger. Het was dan ook niet verrassend dat ze tweede werd en niet uitgeroepen was tot ‘Miss Nederland – Meest sexy vrouw’.

Toen ze na de finale naar haar vader toe wilde gaan om hem haar verontschuldigen voor deze mislukking van een tweede plek aan te bieden, zag ze Meggie druk in gesprek met de mooie jongen uit het publiek. Chelsey ving wat flarden op van het gesprek: “Jij bent tenminste niet zo dun! O, je studeert verpleging, wat goed en wat een mooi beroep!” Chelsey versnelde haar pas en hoorde nu de jongen tegen haar zus zeggen: “Ik hield je al de hele dag in de gaten. Je keek al net zo verveeld en geërgerd naar deze neppe poespas als ik. Ik vind jou véél mooier dan al deze Paris Hiltons bij elkaar. Zin om een keer met mij mee uit te gaan? Je lijkt me een erg aardig en lief meisje.” Met een volmondige “Ja, lijkt me leuk!” gaf Meggie hem antwoord.

Echte schoonheid zit van binnen, niet van buiten. Mensen die zichzelf durven te zijn en niet aan de zogenaamd geldende regels en idealen willen voldoen, zijn ‘echt’. Dus ben jezelf en trek je niets aan van de mening van anderen. Pas dan ben je op je mooist. Straal dit uit en de mensen zullen deze schoonheid van je overnemen, dát is nog eens een mooi ideaal! Doen jullie mee?

Brief aan Mister Dreamboy

Met brieven schrijven kun je zo veel bereiken. Helaas ligt dat met het schrijven van virituele brieven toch nog even wat anders. Toch heb ik de moeite genomen mijn zogenaamde ‘Mr. Dreamboy’ een persoonlijke brief te schrijven, nadat ik hem een paar maanden geleden iedere week in de sportschool zag.

Hi lieve Mister Dreamboy,

Ik weet niet of ik je met die naam aan mag spreken, maar ik doe het toch. Want een droomjongen, dat ben je. Maar ik wil ook best ‘Mister Perfect’ zeggen, helemaal geen probleem! Jij kent me niet en ik ken jou ook niet. Ik heb je alleen nog maar gezien, jij mij ook. Misschien dat ik je nog wel eens een keer zie, maar dat is de vraag. Ik weet niet zoveel van je, alleen dat je onweerstaanbaar bent, vraag het Vriendin R. maar. Ik weet ook dat je iedere maandag zo rond de klok van drie uur in de sportschool te vinden bent. Die twee keer dat ik daar rond dezelfde tijd was, heb ik je gezien. Je begrijpt dat ik bijna niet meer kon stoppen met naar je te kijken, maar vind je het gek? Vast niet.

Je weet zelf ook dat je er goed uitziet, maar daar doe je dan ook alles aan. Niet voor niets train je iedere maandag je spieren en blokjesbuik in de sportschool. Dit doe je vol overgave en wanneer je witte, strakke shirt dan stiekem een beetje omhoog kruipt en ik een stukje van je gebruinde rug kan zien, zou ik het helemaal geen probleem vinden om je te helpen en je shirt weer voor je om laag te trekken. Ik bedoel hier niks mee hoor, ik dacht: ik zeg het even… Nu ik je toch schrijf, kan ik maar beter eerlijk zijn. Goed voor je ego, ondanks dat je daar waarschijnlijk al genoeg van hebt.

Verder vraag ik me af wat je nog meer in de sportschool doet. Zweet je erg? Je mag best mijn handdoek even lenen. Maak je gebruik van de apparaten waar je muziek op kan luisteren of tv op kan kijken? Want dan mag je best mijn oortjes lenen, hoor. En o ja, douche je in de kleedkamer of doe je dat thuis? Ik neem aan op de sportschool, omdat jij maar al te graag met je goddelijke lichaam pronkt. Ik vraag me ook af wat je drinkt, als ik je in je spijkerbroek met blouse en daarover je donkerblauwe jas en niet te vergeten je prachtige, bruine leren schoenen en je haren achterover gemodelleerd uit de kleedkamer zie lopen naar de lounge. Drink je gewoon water of koffie misschien? Je mag best een drankje met me drinken, vind ik echt niet erg. Dat je dit liever in de kroeg doet, snap ik best.

Zoals je wel uit deze brief op kan maken, ben je dus de jongen uit mijn dromen, je bent perfect. Dat wist je al lang, maar ik benadruk het toch maar even. Ik heb wel weer genoeg gezegd voor vandaag, het woord is nu aan jou. Maar één ding: laat Vriendin R. er niet achter komen dat wij schrijven, want dan wordt ze jaloers!

Hopelijk tot volgende week maandag (15.00 uur) en natuurlijk tot schrijfs!

Liefs,
Daphne

Over vandaag en morgen

De titel zegt genoeg.

Als iemand mij zou vragen wat mijn levensmotto is, dan weet ik niet wat ik zou zeggen. ‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’, vind ik zelf een hele goede, aangezien je van iedere dag een feestje moet maken. Het zou zomaar je laatste dag kunnen zijn, dus geniet ervan en haal eruit wat erin zit. Helaas is dit niet altijd even realistisch. Als je om je heen kijkt en je ogen richt op de dingen die in de wereld gebeuren, is het leven zo’n groot feest nog niet. Iedere dag gaan er veel mensen en kinderen ten onrechte dood, dat kan ik niet ‘feestvierend’ langs me heen laten gaan.

‘Leer van gister, leef vandaag, maar droom van morgen’, vind ik dan ook een veel beter motto. Het verleden moet je achter je laten. Met de dingen die gebeurd zijn, heb je gebroken. Je hebt ze niet meer nodig, want het is nu eenmaal gebeurd en je kunt de tijd niet meer terugdraaien. Je hebt wel van de dingen uit het verleden geleerd en kunt er mee verder. Door de wijsheden van gisteren, ben je vandaag een beetje wijzer geworden. Deze wijsheden hebben je gemaakt tot wie je nu bent. Je leeft vandaag om de dromen van morgen waar te kunnen maken.

Het pad dat je in je hoofd hebt uitgestippeld, is nog lang, heel lang. Er zijn nog zoveel dingen die je wilt gaan doen en ooit een keer meegemaakt wilt hebben. Je wilt ook nog van alles bereiken. Door al die ideeën en plannen heb je in je hoofd geprend staan hoe je dit gaat aanpakken en verwezenlijken.
“Als je jouw diploma voor het voortgezet onderwijs op zak hebt, ga je vier jaar studeren en ondertussen op kamers wonen, daarna je rijbewijs halen, vrijwilligerswerk in Afrika doen en dingen van de wereld zien. Terug in Nederland ga je werken. Intussen heb je de prins op het witte paard tegen het lijf gelopen, ga je trouwen, huisje, boompje, beestje en daarna weer werken.” Zo, het ideale leven zit in je hoofd en het komt er voorlopig niet meer uit. Maar dat je studie uiteindelijk niets blijkt te zijn, is geen optie. Een jaar reizen is toch wel erg lang. Auto rijden blijkt duurder dan je dacht. En o ja, die prins op het witte paard is zo gemakkelijk nog niet gevonden. Wie weet, het zal allemaal best meevallen, denk je bij jezelf. In je hoofd droom je weer lekker verder, want je wil nog zó veel, eigenlijk teveel.

Toch ga ik al mijn dromen waarmaken, omdat ik het wil. En als ik écht iets wil, dan kan ik het ook. Wanneer de dingen niet helemaal gaan, zoals ik van tevoren bedacht had, dan loop ik mijn levenspad wel met een omweg en een paar blokkeringen tussendoor. Maar ik blijf lopen, want er is altijd een brug die je over de blokkering heen helpt. Uiteindelijk zal ik het eindpunt van mijn pad bereiken en zijn mijn dromen waargemaakt. Zolang je blijft geloven in wat je vandaag doet, komt morgen vanzelf.

I gotta feeling…

Voor het eerst alleen op vakantie, geweldig was dat. Ik herinner het me nog als de dag van gister, ondanks dat we weer bijna een jaar verder zijn. Ik ging samen met een vriendin naar Spanje. Die twee weken dat we daar waren, hebben we volop genoten van onze tijd daar. Nadat we weer terug waren in Nederland, wilde ik na een maand zo graag terug, dat ik er deze column over schreef.

I gotta feeling dat ik terug wil naar Calella. En wel nu! Gewoon nu. Niet meer en niet minder. Dat er een vliegtuig voor mijn neus staat, waar ik zo in kan stappen en dat me naar de Spaanse zon brengt. Of een bus, want dat is zo verkeerd ook nog niet. Het liefst geen ‘Solmar bus’, maar een ‘GOGO bus’, eentje vol met feestende jongeren. Je weet wel: zo één met alleen maar jeugd, die Spanje onveilig gaan maken en het bier al in hun handbagage hebben zitten. Let the party begin!

Maar helaas zit ik nu gewoon thuis in het rustige Waalwijk, niet bepaald ’the place to be’ en moet ik zo gaan werken, dat is wel even wat anders dan op het strand liggen. Vanmorgen met mams gewinkeld: een winterjas en laarzen (!!!) gekocht. Zo, die zomer kan ik dus wel uit mijn hoofd zetten.

’s Avonds wordt het al vroeger donker en school is inmiddels weer in volle gang. Bergen huiswerk en het profielwerkstuk voor de boeg, leuk is anders. Voor we het weten staat oktober voor de deur en is de herfst echt begonnen. De blaadjes liggen tenslotte nu al overal op de grond. Maar ik moet toegeven: de herfst kan ook leuk zijn. ’s Avonds lekker met een kop warme chocomel met slagroom en de kaarsjes aan voor de televisie zitten, is best gezellig en het heeft wel wat.

Helaas vind ik het ultieme zomergevoel veel meer hebben en laat ik daar nu net last van hebben. Iedere keer wanneer ik het liedje I gotta feeling hoor, denk ik terug aan de avonden en nachten waarop we aan het dansen en feesten waren in de discotheken van Calella. Dit nummer werd daar namelijk plat gedraaid. Niet zo vreemd dus, dat ik iedere keer wanneer ik dit nummer hoor aan Calella herinnerd word.

Er zit niets anders op – hoe graag ik het ook zou willen – dat ik nu terug naar Calella kan. De Spaanse zon zal mijn vervelde huid voorlopig niet opnieuw bruinen. Ach, wie weet moet ik maar gewoon een zelfbruiner kopen en mijn ogen sluiten en aan Calella denken. Voor ik het weet, hoor ik dan de zee in mijn oren ruisen, lig ik op het strand te genieten van de heerlijke Sangria en voel ik de zon op mijn huid branden. Wat kan dromen toch heerlijk zijn!

Vijf weken zonder broerlief

Broertjes, broers en stiefbroers. Allemaal hebben we er zo onze eigen verhalen over en gevoelens bij. Maar ik denk dat iedereen het toch wel met me eens is dat ze af en toe heel vervelend kunnen zijn. Gelukkig is dit niet altijd het geval en zijn ze ook vaak lief, grappig en  behulpzaam. Zo ook mijn broertje dat me daarnet een rugmassage besloot te geven, omdat ik dat volgens hem wel kon gebruiken. Alsof dat nog niet genoeg was, zette hij ook nog het voetenmassage-apparaat voor mij aan. Vorige zomervakantie heb ik een column geschreven over mijn broertje dat ik toen vijf weken moest missen.

Vijf weken zonder broertje of ‘broer’, zoals hij liever genoemd wil worden, is toch wel héél lang. Veel langer dan ik eigenlijk toe zou willen geven, want zeg nou zelf: een puberend broertje van bijna vijftien is toch alleen maar heel vervelend en een lastpak, die je het liefst achter het behang zou willen plakken? Ja, meestal wel.

Ik was dan ook heel blij toen mijn ouders en broertje zonder mij op vakantie gingen naar Spanje. Twee weken het rijk voor mij alleen, heerlijk! Eindelijk mocht ik zelf weten wanneer ik eens besloot om mijn bed uit te stappen, wat en wanneer ik iets ging doen en wat ik zou eten. Geen zeurende ouders om mij heen en bovenal veertien dagen geen irritant joch in mijn buurt. In mijn hoofd zag ik het al helemaal voor me: het zouden twee geweldige weken gaan worden!

Dat waren het ook! Het was heerlijk om zelf te bepalen wat ik ging koken, welke boodschappen ik kocht en wat ik allemaal uitspookte. Dat ik moest wassen, strijken, stofzuigen en poetsen vergat ik dan maar. Als ik even hard doorwerkte, was ook dat zo gebeurd, eerlijk is eerlijk. Mijn ouders en broertje kwamen op zondag thuis en op maandag zou ik samen met vriendin K. op vakantie naar Calella in Spanje gaan. Weer twee heerlijke weken waarin ik zelf kon bepalen wat ik deed.

Die zondag was dus de enige dag van de vijf weken waarin ik mijn broertje zag. Op het begin was het nog wel leuk, toen hij me zijn vakantiefoto’s liet zien en alle verhalen vertelde, maar daarna begon het al. Ik mocht zijn kamer niet meer in en er viel niet met hem te praten. Wilde ik wat vragen, kreeg ik een antwoord waar zelfs iemand met het IQ van een ezel niks mee kon. Gelukkig dat ik vanaf morgen weer voor drie weken van hem af ben, dacht ik. Maar die gedachte veranderde toen hij zich ’s avonds toch wel zorgen ging maken om zijn zus, die alleen met een vriendin naar Calella – vergelijkbaar met Blanes – zou gaan. Voor ik het wist, vlogen de bezorgde woorden en preken om mijn oren: “Daphne, je moet goed oppassen! Als er wat is, dan bel je mij!” Aah, wat heb ik toch een schat van een broer… Helemaal al toen hij ’s avonds nog een krabbel stuurde met daarin maarliefst twee hartjes.

Toch was hij, hoe kan het ook anders, helemaal omgeslagen toen ik eenmaal in Calella zat. Als ik hem sms’te mocht ik blij zijn als ik een kort berichtje terugkreeg. Toen K. en ik een week in Calella waren, ging mijn broertje op vakantie met een vriend en zijn ouders naar Lloret. “Zullen K. en ik een keertje langskomen bij jou en M. in Lloret?”, vroeg ik toen we allebei nog in Nederland waren. “Nee, jullie komen niet! Ik ga daar toch niet met mijn zus lopen!”, was zijn reactie.

Ondanks dat mijn lieftallige broertje dus vaker chagrijnig en vervelend is, dan leuk, mis ik hem toch wel. Want wie moet er nu hier in huis gek doen, grapjes maken en oorverdovend hard muziek draaien? Inderdaad, het broertje in Huize Van Breemen. Gelukkig zie ik hem aanstaande zondag na vijf weken eindelijk weer! Ik denk dat ik maar vast begin met het maken van een spandoek met daarop de tekst: ‘Welkom thuis, broerlief!’ En niet te vergeten: twee hartjes!

De naakte waarheid

Vorige zomer ging ik een weekje op excursie naar Rome. Natuurlijk vielen er een hoop grappige gebeurtenissen voor en hebben we flink veel gelachen. Want zeg nou zelf: die Italianen… Deze enorme blunder was zo leuk, dat ik er toen een column over geschreven heb. Ook nu kan ik het weer niet laten om hem met jullie te delen.

Twee weken geleden ging ik met school naar Rome. Maandag 6 juli vertrokken we met de bus richting Italië, waarna we de volgende morgen zouden aankomen bij het hotel. Helaas mochten we ’s avonds pas onze hotelkamer in. We hebben de hele middag in Rome gelopen en het Colosseum en Forum Romanum bekeken in de brandende zon. Na een lange, vermoeiende en vooral warme dag, konden we ’s avonds rond een uur of zes dan eindelijk gaan genieten van een verfrissende douche, hier had iedereen dan ook naar uitgekeken. Helaas pakte het net even anders uit!

Vriendin K. en ik deelden samen een kamer en dus ook de badkamer. Ik zou als eerste gaan douchen. Nadat ik al mijn spullen bij elkaar geraapt had, liep ik de badkamer in en wilde de deur achter me dichttrekken. Maar er was helemaal geen deur, alleen een deuropening. Nou, dat was lekker handig voor een badkamer. Ook K. snapte er niets van en zag nergens een deur. Er zat niks anders op dan een week lang te douchen met de deur open. Dat K. mij bloot zag en ik haar was geen ramp, maar als er mensen naar onze kamer zouden komen, terwijl één van ons net onder de douche stond… Tja, je raadt het al: niet zo fijn! Ik besloot me toch maar uit te gaan kleden en te gaan douchen, want er zat niks anders en op en zelf konden we er de lol nog wel van inzien, dat zoiets ook weer net ons moest overkomen.

Ik had net mijn haren gewassen, toen er op de deur van onze hotelkamer geklopt werd. O jee, daar had je het al. K. riep: “Dap, blijf waar je bent, niet uit de douche komen!” En bijna stokstijf bleef ik staan onder de douche. Ondertussen hoorde ik K. de deur open maken en haar in het Engels praten. Ook dat nog, dacht ik. Er bleek dus een Italiaanse vent van het hotel voor de deur te staan, die uitgerekend mij nodig had. Iedereen weet dat de gemiddelde Italiaan totaal geen Engels kan en het alleen maar blijft bij “You are bjoetieful!”, verder komen ze niet. K. legde aan de jongen uit dat ik onder de douche stond en dus niet kon komen met mijn identiteitsbewijs. Helaas begreep hij er niets van en wilde al binnenkomen. Na verschillende pogingen van K. begreep deze Italiaanse hotelmedewerker dan eindelijk dat ik onder de douche stond en dus niet de hotelkamer uit kon komen. Hij sprak met K. af dat ik zou komen, zodra ik klaar was met douchen.

Toen ik helemaal klaar was en er een heerlijk kokosnotenluchtje om me heen hing, sprong ik gauw onder de douche vandaan en trok mijn beha en onderbroek aan, de eerste de beste legging die ik kon vinden er overheen en daarover weer een lang wit hemd. Mooier kon het niet. Mijn haren stonden nog alle kanten op en ook de uitgelopen mascara zat over mijn hele gezicht. Maar die gekke Italiaan had niet veel tijd, dus gauw ging ik de kamer uit en de gang op waar die Italiaan stond te wachten en mijn leraar nota bene ook, het kon niet erger. Tot mijn schrik was die Italiaan zo verkeerd nog niet en dan vertoonde ik mezelf nog eens op mijn lelijkst. Snel gaf ik hem mijn ID, zette een handtekening en haastte me terug naar de hotelkamer waar K. inmiddels aan het genieten was van een heerlijke douche. Ik stond net mijn haren te kammen, tot er op de deur geklopt werd. Wie kon dit nou toch zijn? Het was alweer de Italiaan van daarnet, ik waarschuwde K. dat ze niet uit de douche mocht komen, omdat we weer ‘bezoek’ hadden. Wat bleek? Die stomme, maar best knappe Italiaan was iets vergeten en had nog een keer mijn ID nodig. Ik gaf geïrriteerd mijn pasje aan hem en toen de Italiaan had gekregen waar hij voor kwam, haastte ik me uit de voeten.

Later werd er voor een derde keer op de deur geklopt. Gelukkig was het niet weer de Italiaan, maar vriendin M. Natuurlijk lieten K. en ik haar meteen zien dat wij geen badkamerdeur hadden. M. geloofde dit niet, nam een kijkje en zei: “Maar dames, je moet de deur uit de gleuf trekken, het is een schuifdeur!” M. begon hard te lachen. K. en ik keken elkaar beduusd aan en het enige wat we konden uitbrengen was: “Dat was dus de naakte waarheid…”

Van rups naar vlinder

 Ruim een jaar geleden schreef ik deze column. Het gaat over de titel van mijn blog en daarom leek het me een goed idee om deze column als eerste te plaatsen.

Op een rustige middag ben ik wat op zolder aan het graven in oude dozen. Ik vind weinig leuke dingen, op wat oude boeken, fotoalbums en verdwaald speelgoed na. Even later kijk ik in een kistje en zie daar een stapeltje schriftjes in liggen: vrolijke kleurtjes en bedekt met allerlei kindertekeningetjes, trekken deze schriftjes mijn aandacht. Wat is dit, wat staat erin? Nieuwsgierig als ik ben, sla ik het eerste schriftje open.

“Niets bijzonders te melden over Daphne vandaag, ze is erg lief geweest en heeft fijn met de poppen gespeeld”, staat daar geschreven in mijn moeders handschrift. Ik lees verder en bekijk het schriftje nog eens goed. Dan zie ik staan: juni 1994. Twee jaar was ik toen dus, een maand later alweer drie jaar. Ik lees verder en voor ik het weet, ben ik al op de helft. Leuk om te lezen hoe ik was als peuter, wat ik deed en wat me bezighield. Bijna iedere dag ging ik naar het kinderdagverblijf en maakte veel plezier met de kindjes daar. Ach, op alles “nee” zeggen was ook wel leuk! Tja, de ‘peuterpubertijd’ hé?

Terwijl ik dit allemaal lees, denk ik aan het liedje De vlinder van Marco Borsato. Hierin staat een zin, die erg mooi past bij dit moment op zolder, lezend over mezelf als meisje van twee. “Alles wat groot is, begon ooit klein. Je hoeft niet meteen een vlinder te zijn”. Misschien bedoelt de zanger er wel iets anders mee, maar ik vind het erg toepasselijk. Als meisje van twee was ik immers nog een rupsje, zullen we maar zeggen. Bang en klein voor de grote wereld, afhankelijk van haar ouders. Maar nu… nu ben ik zestien, over twee maanden alweer zeventien. Dat is raar, wat gaat het snel. Was ik nog maar dat rupsje, moest ik nog maar die vlinder worden, want die vlinder ben ik nu bijna.

Volgend jaar achttien; schijnbaar volwassen. Dan moet je zelfstandig zijn en wordt er een hoop van je verwacht. Maar wil ik dat wel? Ik vind het wel fijn zo bij mijn ouders en mijn broertje, die af en toe ook best lief kan zijn. Hier in Waalwijk en omstreken voel ik me veilig. Vrienden en familie wonen hier en ik ken de stad. Weinig verantwoordelijkheden; best een relaxt leventje eigenlijk. Toch laat ik me door deze vertrouwde dingen niet tegenhouden. Volgend jaar het eindexamenjaar: vijf havo. Daarna ga ik studeren en hier heb ik heel veel zin in. Het studentenleven lijkt me heerlijk, dus heb ik de ‘droom’ om op kamers te gaan. Het liefst in Utrecht om daar journalistiek te gaan studeren. Lukt dit niet (waar ik natuurlijk niet van uitga), dan in Tilburg. Maar ik ga op kamers, dat is één ding wat zeker is.

Over een jaar en een paar maanden vlieg ik dus weg. Ik laat een briefje achter: “Tot snel, lieve vrienden en familie, kom gerust langs en we bellen!” Daphne slaat haar vleugels uit en vliegt ‘De Wijde Wereld’ in.

Het rupsje is veranderd in een echte vlinder.