Bevrediging van woorden

De taal van de liefde gaat om de bevrediging van de woorden. De taal van de liefde kan op twee manieren gesproken worden. De eerste manier, is meteen de mooiste manier. Puur en zacht. De taal zoals zij ooit bedoeld was. Je moet deze taal met gevoel voor de liefde spreken. De tweede manier is de ongecontroleerde manier van spreken. Hard en wild. Zinloos, wanneer je die taal spreekt.

De taal van de liefde, beter kon hij het niet noemen. Het was donker, een uur of vier ’s nachts en ergens eind december. Hij was net terug van een stapavond met zijn huisgenoten. Hij had Utrecht weer onveilig gemaakt. In de ene hand hield hij een flesje bier, in de andere hand zijn pen. Door het kleine lichtje dat er brandde, oogde zijn kamer mysterieus. Sporen van de avond ervoor waren nog te zien. Overal asbakken met sigarettenpeuken, lege flesjes bier, een paar flessen wijn. De dames wilden immers ook wat. Maar nu zat hij aan zijn bureau en schreef. Niets meer dan dat. Hij schreef. Waarom, wist hij ook niet. Hij schreef niet zo vaak namelijk, en zeker niet ’s nachts na het stappen.

Terugdenkend aan het afgelopen jaar, dacht hij aan alles wat 2010 hem had gebracht. Deze nacht was een goed moment om te schrijven over zijn herinneringen van het laatste jaar. De woorden bleven komen, zo snel als de sneeuwvlokjes langs het raam vielen, zo snel kwamen de woorden op papier. Hij schreef over de taal van de liefde. Wanneer de taal van de liefde spreekt, komen twee lichamen samen. Ze verstrengelen zich heel gemakkelijk tot een geheel. Seks, hij hield er van. Daar kwam hij eerlijk voor uit. Hij was jong en hij genoot. Ze konden hem niks maken.

Vroeger was dit anders. Toen hij een jaar of zestien was, bekeek hij alles veel serieuzer. Seks was iets wat je met je vriendin deed, anders niet. Dan was je een ‘player’ en daar wilde hij niet voor aangezien worden. Daar voelde hij zich toch echt te goed voor. Tot hij ging studeren en zijn houding veranderde. Als het kon, ging hij iedere avond stappen. Meisjes, die waren er genoeg. Jonge vrouwen eigenlijk. Ze waren in overvloed en deden niet zo moeilijk. Avontuurlijke meisjes, die vond hij het leukst. Het afgelopen jaar was hij dan ook regelmatig in een steegje beland of met een vrouw in zijn bed. En heel af en toe werd hij de volgende morgen wakker in een bed dat hij niet kende.

‘Ik geniet van seks, meer dan wie dan ook’, schreef hij. Maar dat zette hem aan het denken. Want wanneer hij een avontuurtje heeft, is dat meer geile seks. Hard en wild, maar ontzettend leuk. Net als een achtbaan eigenlijk. Je wilt zo graag, hebt even plezier en voor je het weet is het weer voorbij. Hij dacht terug aan de momenten dat hij wild van verlangen naast haar in bed had gelegen. Die momenten waarop zijn handen trilden, hij zijn lijf niet meer onder controle had. Hij wilde haar, alleen nog maar haar. Wanneer hij klaargekomen was, kon hij er weer tegen aan. Zweet op zijn voorhoofd, op zijn buik, overal. Maar zo’n avontuurtje bracht hem niet van de wijs. Het was routinewerk geworden. Hij wist niet beter, want hij deed het iedere week. Hij neukte maar wat in het rond, zolang zijn verlangens bevredigd werden, hoefde hij niet te klagen.

Toch waren er dit jaar ook momenten geweest dat hij serieus met een meisje bezig was. Momenten die hij veel meer koesterde dan die loze nachtelijke momenten. Deze momenten waren hem lief, net zo lief als het meisje waar hij nu over schreef. Hij was verliefd op haar. De seks die hij met haar had was zoveel mooier, intenser vooral. Daar draaide het niet om het klaarkomen, daar ging het om elkaar. De blikken in haar ogen zeiden genoeg. Haar lijf tegen zich aan, warm en zacht. Zijn handen overal. Zijn handen die ieder plekje van haar naakte lichaam wilden voelen. Haar zoenen op zijn buik, op zijn borst. Wat wist ze goed wat hij lekker vond. Het was puur, pure liefde.

‘De taal van de liefde gaat om de bevrediging van de woorden. De taal van de liefde kan op twee manieren gesproken worden. De eerste manier, is meteen de mooiste manier. Puur en zacht. De taal zoals zij ooit bedoeld was. Je moet deze taal met gevoel voor de liefde spreken. De tweede manier is de ongecontroleerde manier van spreken. Hard en wild. Zinloos, wanneer je die taal spreekt. En daarom, al is het alleen maar voor jou, ga ik in 2011 alles anders doen.’ Met die woorden sloot hij zijn verhaal af.

Jeugdsentiment

Afgelopen zaterdag was ik in de Winter Efteling. Ik waande mij weer een dag in ‘De wereld vol wonderen’, zoals de slogan in de televisiecommercial van het welbekende pretpark zo mooi luidt. De dingen die ik vroeger zo leuk vond, waren nu niets meer dan gewoon een attractie. Carnaval Festival, Fata Morgana, Pandadroom, ze raakten me niet meer zoals ze dat vroeger deden. Toch voelde ik me die dag in de Efteling weer even kind. Ik kreeg weer dat gevoel wat ik als klein meisje van zes ook altijd had, zodra ik door de poort het park in kwam.

Het sprookjesbos waar je uren kon dwalen. Op zomerdagen kon ik me hier hele middagen vermaken. De speeltuinen waar je de leukste speeltoestellen had staan. Het water waar je zelfs in kon zwemmen en natuurlijk de vliegende Fakir op het zwevende tapijt. Ademloos kon ik toekijken. Hoe kan het dat hij op een tapijt zit dat door de lucht vliegt, vroeg ik mijzelf iedere keer weer af. Verbaasd was ik en niemand kon het me vertellen. Mijn ouders hebben dan ook uren met een gapend kind naar het tapijt moeten kijken. De Efteling deed indirect ook nog iets goeds met de kinderen. Ze zorgden er namelijk voor dat afval weggooien nog nooit zo leuk werd. Holle Bolle Gijs lokte met zijn ‘Papier hier!’ ieder kind naar zich toe. Ruzies tussen broertjes en zusjes over wie wat weg mocht gooien, waren dan ook heel gewoon. Pardoes was de favoriet van iedere kleuter. Zodra hij verscheen, wilde iedereen met hem op de foto en deze vrolijke pop een handje geven. Mijn held is Pardoes nooit geworden. Mijn heldin was Nijntje.

Jeugdsentiment dus. Het blijft leuk om herinneringen op te halen aan vroeger. Het zijn vaak van die kleine dingen die het ‘m doen. Of wanneer je iets ruikt en door dat geurtje herinnerd wordt aan bepaalde momenten, bijzondere momenten die je altijd zijn bijgebleven.

Iedere keer wanneer ik een liedje van K3 hoor, moet ik terugdenken aan die keer dat ik acht jaar was en samen met mijn moeder voor het eerst naar een concert ging. Niet dat je het nou echt een concert kon noemen, maar dat doet er niet toe. Het was heel wat dat ik naar een concert van K3 ging. Veel vriendinnetjes uit mijn klas waren er ook met hun moeder. Trots dat we waren. Onze staartjes wapperden dan ook swingend mee op de maat, terwijl wij dezelfde pasjes dansten als de dames van K3.

Blijkbaar had ik iets met die Belgen, want Samson en Gert zijn me ook altijd bijgebleven. Iedere zondagmorgen stonden mijn broertje en ik op tijd naast ons bed om beneden de televisie aan te zetten en Samson en Gert te kijken. Alle liedjes konden we op den duur met ze meezingen. Dat was ook niet zo gek. We hadden een CD van het vrolijke duo in de auto liggen. Ieder ritje werd de CD plat gedraaid.

Ik vind het heerlijk om al die jeugdherinneringen er midden op de dag even bij te halen. Of wanneer ik ’s avonds in bed lig en niet kan slapen. Vroeger zei mijn moeder dan altijd: “Als je niet kunt slapen, moet je aan leuke dingen denken. Als je dat doet, val je zo in slaap.” Nu pas ik dat trucje nog steeds toe. Ik sluit mijn ogen en ga terug in de tijd. Ik ruik de kinderjaren weer. Die geur maakt veel goed en zorgt voor genoeg mooie dromen. Dromen over vroeger.

De straat op!

Fietsen is iets wat ik dagelijks doe. Naar de bus, naar de supermarkt, de stad, vrienden, noem het allemaal maar op. Niets bijzonders, zal je denken. Dat is ook zo. Maar toen ik een paar dagen geleden op weg was naar de stad en langs mijn oude basisschool reed, zag ik op het grasveld langs de weg toch wel een heel opvallend spandoek hangen. ‘Hier geen hondendrol, maar kinderlol’, stond er met dikke zwarte letters op. Kort maar krachtig. De boodschap was duidelijk. Op dat grasveld hoorden kinderen te spelen. Voetballen, tikkertje, verstoppertje; de welbekende kinderspelletjes. Buitenspelen, dat is wat kinderen moeten kunnen doen. Schijnbaar was dit op het bewuste grasveld niet meer mogelijk. Hondendrollen maakten het onmogelijk om met schone schoenzolen van het veld af te komen.

Dit zette mij aan het denken. Tegenwoordig zie je helemaal niet meer zo vaak kinderen buiten, die plezier maken en spelletjes spelen. Computers hebben het gewonnen van de straat. Kinderen zitten alleen nog maar binnen vastgeketend aan hun computer. MSN, Hyves, games en noem het allemaal maar op, zijn veel interessanter geworden dan het buitenspelen. Zonde, want buiten kun je zo veel leuke dingen doen. Maar waarom zou je naar buiten gaan om met je vriendjes en vriendinnetjes te spelen en te kletsen als je dit ook achter de computer kunt doen door middel van chatten? Hoezo tikkertje, verstoppertje, Tien tellen in de Rimboe en Spoorzoekertje? Je kunt op internet allerlei spellen spelen, die veel spannender zijn en ook nog eens een stuk gevaarlijker. Oorlog voeren, schieten met geweren, dat is toch stoer? Nee, voor het beleven van een avontuur hoeft een kind echt niet meer de buitenwereld in, dit kan heel gemakkelijk in een virtuele wereld.

Dat vind ik jammer. Buitenspelen hoort in mijn ogen in het Nederlandse straatbeeld. Het hoort vanzelfsprekend te zijn dat op straat kindergeluiden klinken en je naast het blaffen van een hond ook gegiechel en pret hoort van de kinderen uit de wijk. Ik weet nog dat ik vroeger altijd buiten speelde. Of het nu winter of zomer was, dat maakte voor ons niets uit. Als het sneeuwde, maakten we een sneeuwpop of hielden we een sneeuwballengevecht. Handschoenen aan, muts op, sjaal om en we waren er helemaal klaar voor. In de zomer, wanneer het ’s avonds lang licht bleef, waren we al helemaal vaak buiten te vinden. Alle kinderen uit de buurt verzamelden zich in de speeltuin. Hier werden allerlei spelletjes bedacht. Creatieve breinen waren er genoeg. Met de meisjes uit de buurt spraken we vaak af dat we de poppen meenamen. Als echte moedertjes in spé liepen we op straat met kinderwagens, kleertjes voor de poppen, luiers, dekentjes en flesjes. Overal werd aan gedacht. Iedereen zorgde voor wat te eten en het picknicken kon beginnen. Naast de speeltuin was een groot grasveld met twee doelen. Hier waren altijd voetballende jongens te vinden. Toen we wat ouder werden, organiseerden we heuse slagbaltoernooien. Fanatiek als we waren, deed ieder team zijn best om te winnen. Naast het feit dat we plezier maakten, waren we ook nog eens sportief bezig.

Alleen al daarom moeten kinderen de straat weer op. In plaats van dat al die volwassenen over het dikker worden van kinderen blijven klagen en zeuren, moeten ze hun kinderen naar buiten sturen. Buitenspelen is dus niet alleen goed voor de dagelijkse beweging van kinderen. Naast het feit dat ze sportief bezig zijn, zijn ze ook nog eens met andere kinderen in de weer. Ze moeten samenwerken, aan een ander denken en hebben plezier met elkaar. Op sociaal gebied worden ze hier ook alleen beter van. Twee vliegen in één klap dus. Beste ouders, stuur je kind de deur uit. Lieve kids, maak dat je wegkomt. Hup, de straat op! Mocht je in een hondendrol stappen, klop dan maar bij mij aan. Ik zal jullie schoenen wel ontdoen van die rotzooi, zolang jullie maar buitenspelen.

Een dodelijke ontdekking

Elf dagen geleden, maandag 1 november 2010, was de dag dat mijn leven voorgoed veranderde. Ja, echt waar. Ga er maar eens even goed voor zitten. Ik zal je vertellen welke ontdekking ik die dag deed. Het gebeurde tijdens een college ‘Achter Het Nieuws’. Het was nog vroeg en ik had dan ook geen zin om verhalen over de lokale politiek aan te horen. Overigens was net het nieuws bekend dat Harry Mulisch was overleden. Via internet kwamen Merel en ik er achter dat Mulisch een zoon had. Menzo genaamd. Deze jongen bleek achttien te zijn. Net zo oud als wij. Je ziet het al aankomen: wij waren natuurlijk erg benieuwd naar deze jongeman. Wie weet was hij wel knap.

Daarom besloten wij zijn naam te googelen. De zoekresultaten brachten ons helaas niet bij foto’s van de voor ons mysterieuze Menzo Mulisch, maar wel bij iets anders. Via Google kwamen we op de website www.sterfdatum.nl terecht. De site trok meteen onze aandacht en we klikten de link aan. Het bleek dat je een vragenlijst in moest vullen en dat de site hierna berekende wanneer je dood zou gaan. Je precieze sterfdatum zou vervolgens op het scherm komen te staan. De nieuwsgierigheid won het van onze angst en na enig getwijfel besloten we toch de vragenlijst in te vullen.

Vijf minuten later was het zover. Mijn sterfdatum was berekend en verscheen op mijn beeldscherm: “Daphne van Breemen zal overlijden op vrijdag 26 juni 2082 in de leeftijd van 89 jaar.” Om het af te maken stond er een heuse overlijdensadvertentie bij met de tekst: “Ik laat niemand achter, maar ben iedereen voor.” Mijn overlijdensadvertentie werd afgesloten met de woorden: “Daphne hield van bloemen.” Fijn, wist ik dat ook weer.

Ik word dus 89 jaar en dat vind ik helemaal niet zo erg. Het is een mooie leeftijd. Niet iedereen kan zeggen dat hij zo oud wordt. Toch jammer dat ik nooit zal kunnen zeggen dat ik de negentig gehaald heb. Maar goed, je kunt natuurlijk niet alles hebben. Na dit geruststellende bericht realiseerde ik me dat ik dus nog 71 jaar te gaan heb tot mijn dood. Jaren genoeg om te genieten van het leven, om alle dingen te doen die ik nog wil doen en om mezelf te zien veranderen in een oud grijs dametje.

Nog even, voor ik het vergeet: via deze weg wil ik jullie allemaal uitnodigen om op maandag 29 juni 2082 naar mijn begrafenis te komen. Iedereen is van harte welkom, dus noteer het alvast in je agenda. Tijd en plaats zijn nog onbekend, deze informatie volgt tegen die tijd. En nog iets: vergeet vooral de bloemen niet.

Ergens

Ergens waar een kamer
gevangen is in zijn eigen ruimte
Waar het donker is
En de kilte guur afsteekt tegen de verlaten muren
Waar de muren vechten om de ruimte
Waar zelfs het verste hoekje haast onvindbaar is

Daar ergens,
waar het licht al lang geleden is gedoofd
Ligt een verloren briefje
Zwarte letters op wit papier
De woorden zeggen:
‘Ooit was jij hier.’

Brief aan mijn jongere ik

Voor jou,  


Dag meisje dat altijd lacht. Jij, nieuwsgierig als je bent, vraagt je vast af waarom je deze brief van mij krijgt. Een brief van jezelf, twaalf jaar later. En nog meer vraag jij je waarschijnlijk af waarom ik je zo raar aanspreek en je niet gewoon bij je voornaam noem. Dat ga ik je allemaal vertellen. Heb nog even geduld, het wordt zo allemaal duidelijk.

Moet je jou daar nu zien zitten in de tuin. Het is volop zomer en je geniet van de vakantie. Je geniet van de zon en de witte vlindertjes die voorbij vliegen. Met vlinders ga jij later nog een hoop hebben. Ze staan symbool voor wie jij bent. Je beschrijft er je leven mee. Jij ziet jezelf straks als een vlinder, wanneer je achttien bent en dezelfde leeftijd hebt als ik nu heb. Je bent dan een jonge vrouw, die de weg van rups naar vlinder heeft afgelegd. Nu ben je nog een rupsje, een klein meisje van zes jaar. Misschien moet ik je daarom wel ‘rups’ noemen. Je zegt zelf namelijk tegen je broertje dat je al een ‘grote meid’ bent. Je bent jong, nog niet zelfstandig en afhankelijk van anderen, maar je zou wel graag zelfstandig zijn. Het liefst ontpop jij je van rups naar vlinder, maar zo makkelijk gaat dat niet. Je moet eerst nog een hoop dingen leren en veel meemaken. Maar dat komt wel goed de komende twaalf jaar.

Wanneer je achttien bent en je de middelbare school achter je laat om Journalistiek te gaan studeren, wil je echt zelfstandig zijn. Je hebt dan de weg naar volwassenheid bereikt en vliegt als vlinder verder. De wijde wereld is het doel dat jij voor ogen hebt. Je gaat niet ver van huis, maar toch. Waalwijk verlaat je voor Tilburg. De plek die altijd je thuis is geweest, waar je zoveel mooie herinneringen aan hebt, ga je verruilen voor een stad die er toe doet. De stad waar het leeft, waar het druk is en jij je geen moment verveelt. Je krijgt er nieuwe vrienden, ontmoet er mensen die net zo zijn als jij. Nu vraag jij je af wat ik bedoel, hoe jij dan bent. De zon schijnt fel daar in de tuin, je knijpt je oogjes fijn. Met mensen die net zo zijn als jij, bedoel ik mensen die ook van schrijven houden, mensen die begaan zijn met de wereld om hen heen. Zo ben jij ook. Ja jij, dat meisje met die vrolijke vlechtjes in het haar en je favoriete jurkje aan. Ik zie je wel stiekem in het raam gluren, ontdekkend dat je een raam heel goed als spiegel kunt gebruiken. Je voelt je weer net zo mooi en trots als toen je bruidsmeisje was op de bruiloft van je oom en tante.

Ik wil je ook vertellen dat je later heel veel schrijft. Nog meer dan dat je nu al doet. Je gaat verhalen schrijven en allerlei gedachtes op papier zetten. Gedachtes die je met de mensen om je heen deelt. Je houdt er straks van om met woorden en zinnen te spelen, dit is terug te zien in de gedichten die je schrijft. Je droomt er van om later een eigen roman of gedichtenbundel te schrijven. Een eigen column in de krant zie je ook wel zitten.

Je leest het: dromen heb je genoeg. Nee, na twaalf jaar is er niets veranderd. Een dromer ben je nog steeds. Soms leef je in je eigen wereldje, maar ik kan je zeggen: het is heerlijk.

Verder ben je ontzettend positief en lach je altijd. Daar sta je zelfs een beetje bekend om. Hebben mensen het over jou, dan krijg je te horen: “Daphne, dat meisje dat altijd lacht.” Jij vindt dat je moet genieten van het leven en doet dit als studente dan ook vol overgave. Uitgaan behoort tot je wekelijkse bezigheden. Een drankje doen met vrienden in de kroeg, muziek op de achtergrond, leuke mannen om je heen en je bent al gauw tevreden.

Tja, die mannen dus. Toen je die eenmaal ontdekt had, wist je niet meer van ophouden. Tenminste, met het stappen vond je het heerlijk om succes te boeken. Maar lieve Daphne, onthoud goed: als jij straks gaat stappen, besef dan dat je succes niet altijd als een prijs moet zien. Op succes moet je trots zijn. Laat het dus niet uit de hand lopen, want dan ben je het succes niet waard.

Ik had het net al met je over de mannen. Laat ik daar maar meteen wat meer over vertellen en je wat dingen zeggen over de liefde. Je komt er vanzelf achter dat de liefde net zoals de wind langs de seizoenen reist. Soms is de liefde kil en guur, waardoor je koud van binnen wordt. Huiverig, net als in de winter. Maar de liefde heeft ook een andere kant. Liefde kan heel mooi zijn. Zo mooi, dat je het er warm van krijgt. Warm, omdat je merkt dat de passie overal is. Vergelijk het met een zwoele zomeravond. Maar liefde kan je ook laten opbloeien, zoals de lente het land verrijkt met al zijn pracht.

Meer heb ik je eigenlijk niet te vertellen, maar ik wil je nog wel wat dingen mee geven. Gewoon wat wijze lessen van je oudere ik. Lees deze brief over een paar jaar nog eens, dan zal je het vast beter begrijpen.

Blijf altijd jezelf en trek je niets van anderen aan. Want als jij blijft lachen, zoveel als ik nu doe, straal je uit wie je van binnen bent. Iets mooiers kun je de mensen niet geven. Ik wil je op het hart drukken om altijd te blijven schrijven, dan komt die roman of gedichtenbundel er vanzelf wel. En bovenal: geniet van de dingen die je doet, doe alles wat er in je opkomt en vergeet ondertussen niet je dromen waar te maken.

 
Lieve Daphne, ga je eigen weg als vlinder en kleur de lucht met je vleugels.

 
Je oudere ik,
Daphne

De moeite waard: www.vhsg.nl

Lieve, trouwe bloglezers,

Ik wil jullie er even van op de hoogte brengen dat jullie voortaan naast mijn eigen blog Van Rups Naar Vlinder ook op de website Voor Het Slapen Gaan  kunnen kijken voor leuke, mooie verhalen. Schrijven zegt namelijk veel, schrijven zet je aan het denken.
VHSG, oftewel Voor Het Slapen Gaan, is een schrijvers-collectief dat elke dag een nieuw verhaal brengt. Dat kan in vele vormen: in dagboekstijl, een gedicht, een column, alles is mogelijk.
Ik maak samen met negen andere studenten Journalistiek deel uit van dit schrijvers-collectief.
Dus ik zou zeggen: droom even weg en kijk iedere avond voor je gaat slapen op www.vhsg.nl en vergeet vooral de donderdag niet, want dat is mijn dag!

Reacties en tips zijn altijd welkom.

Namens alle auteurs van Voor Het Slapen Gaan,
Daphne

Herfstdruppels

De herfst laat zijn eerste druppels vallen
Met de druppels waan ik me terug
Terug naar de zomer
Met de wind mijlenver reizen

De vallende bladeren achterna
De koude bries achter mij latend
De warme lucht in
Op weg naar de zon

De zon die mij volgt
Mijn huid zacht streelt
Zo zacht
Vloeibaar als herfstdruppels

Langzaam drogen ze op
De zomer is bereikt
Mijn huid wordt bruin
Bruin als de herfstbladeren
Herfstdruppels, opgelost in de zomer

Broodje hamburger a la Daphne

Koken. Ik vind het erg leuk. Zo leuk, dat ik het eigenlijk zelden doe. Ik heb er simpelweg geen tijd voor. Dan moet je er tijd voor maken, denk jij nu. Was het maar zo makkelijk. Nee, dat werkt niet. En uit die paar keer dat ik wél kook, komt niet bepaald een culinair hoogstandje voort. Dat dan weer niet. Helaas.

Ik heb altijd honger. Altijd. Of ik nou net uit bed kom of een uur eerder nog gegeten heb, het maakt niet uit. Ik kan iedere minuut van de dag eten. Oké, er zijn dagen dat ik niet aan voedsel moet denken. Dat is wanneer ik een kater heb of wanneer ik ziek ben, maar verder zou ik elk moment van de dag kunnen eten. Gewoon, omdat het zo lekker is.

’s Avonds of ’s nachts na het werken heb ik altijd reuze honger. Niet zo gek ook, wanneer je je bedenkt dat ik zeker zes uur zonder eten heb gezeten en dat nota bene in een restaurant. Zodra ik thuis kom uit mijn werk, trek ik dan ook alle keukenkastjes open en de koelkast wordt grondig geinspecteerd. Uiteraard wordt de vriezer niet vergeten. Dit allemaal op zoek naar iets lekkers, iets wat mijn buikje vult voor ik ga slapen. Zo kreeg ik zondag het geweldige idee een broodje hamburger te maken.

Maar ik houd van aparte dingen, het moet allemaal niet te saai en te gewoon zijn. Het werd daarom een broodje hamburger ‘a la Daphne’: twee witte boterhammen, daarop de – in de pan gebakken – hamburger, dan de verse prei, tomaat en champignons. Om het af te maken nog een klodder curry en mayonaise en mijn vette hap mét gezonde touch was af. Het smullen kon beginnen. En reken maar dat ik heb genoten. Benieuwd hoe lekker het was? Ik zou zeggen: trek je schort aan en waag je de keuken in. Succes gegarandeerd!