De stilte is mij lief

Nam de wind me maar mee
Naar een plek omhuld door wijsheid
Een plek waar enkel de stilte spreekt
En ze me zacht mooie beloftes influistert

Een plek waar mijn gedachten herleven
Niets weerhoud me om te dromen
De hoop te laten reizen
Door de ruimte waar gemoedsrust voortleeft

Niemand die me tegenspreekt
De stilte verkondigt haar waarheden
Ze is één met mijn gedachten
Ik zwijg

Brief aan de Egyptische Hala

Aan:    Hala Gelangy
             Caïro
             Egypte

Waalwijk, 2 februari 2010

Lieve Hala,

‘We zullen geen Iran of Afghanistan worden. We gaan niemand aanvallen. We zijn net als Europa. We willen vrije media en democratie. Ik wil ook president kunnen worden. Waarom niet?’, dat is wat je dinsdag zei tegen Rob Vreeken, verslaggever van de Volkskrant. Ik las dit woensdagmorgen in diezelfde krant en kreeg even kippenvel op mijn armen. Ik vind het knap van je dat je voor je mening uit durft te komen. Voorheen kon dit nooit en werd je opgepakt. Nu kun je gelukkig wel, samen met honderdduizend andere jongeren en volwassenen, zeggen wat je vindt.

Je bent twintig jaar, staat in het artikel, en studente journalistiek. We hebben dus veel gemeen. We hebben bijna dezelfde leeftijd, we zijn allebei vrouw en we doen dezelfde studie. Maar eigenlijk hebben we helemaal niet zoveel gemeen, als dit beeld ons doet laten denken. Zo woon jij in een land waar het nu chaos en crisis is. Veel mensen zijn al dagenlang op straat te vinden. Ook veel jongeren, zelfs opvallend veel vrouwen. Ze protesteren tegen Mubarak en zijn regime. Jullie zijn hem en zijn politiestaat meer dan zat. Tot woensdagochtend leek alles nog goed te gaan en sprak men zelfs van een ‘volksfeest van de vrijheid’.

Van dat feest lijkt nu nog maar weinig over te zijn. Woensdagmiddag werd de rust op het Tahrirplein verstoord. Aanhangers van president Mubarak gebruikten geweld tegen de antiregeringsbetogers. Je zult wel geschrokken zijn. Stenen, stokken en brandbommen vlogen je om de oren. Veel mensen waren gewond en hadden ernstige hoofdwonden. Zonde dat het zo moet gaan. Op het moment dat ik dit schrijf, het is nu woensdagavond, hoor ik op het journaal dat er al drie doden en vijftienhonderd gewonden zijn te betreuren. Wie had dat nou gedacht? Jij vast niet. En de rest van de demonstranten vast ook niet. Het had ook helemaal niet hoeven gebeuren.

Ik hoop voor je dat het snel beter gaat en de aanhangers van Mubarak jullie verder met rust laten. Maar nog meer hoop ik natuurlijk dat er snel iets gaat veranderen. Jullie hebben eigenlijk maar één wens: dat Mubarak per direct opstapt en niet pas in september aftreedt, zoals hij nu beloofd heeft. Daarom vind ik dat je door moet gaan, laat van je horen. En niet alleen jij moet van je laten horen, ook de rest van de mensen die een eerlijker Egypte willen, moeten de straten op blijven gaan. Alleen dan krijg je een eerlijker Egypte en een beter leven. Dat is uiteindelijk toch jullie grootste wens.

En dan, over een paar jaar, ben jij afgestudeerd en schrijf je voor een mooi medium, geheel onafhankelijk. Je kunt je beroep uitoefenen zonder bang te hoeven zijn dat je wordt opgepakt. De persvrijheid zal een feit zijn. Omdat je niet langer bang hoeft te zijn om in de gaten te worden gehouden, ga je onder je eigen naam twitteren. Ik hoop dat je dat ook daadwerkelijk gaat doen, zodat ik je kan ‘followen’. Je woont in een land dat voortaan democratisch is. Misschien, heel misschien, word je zelfs wel president, omdat het dan wel kan.

Mocht je nou inderdaad president worden, dan hoop ik dat je je deze brief nog kan herinneren en ik de eerste mag zijn die je gaat interviewen.

Heel veel succes de komende dagen, weken en maanden. We denken aan jou en aan de rest van het land. We leven met jullie mee.

Liefs uit Nederland,
Daphne

Als ik de wind kon grijpen, dan had ik je nu al gehad

Ik dacht dat ik je had. Ik had je bijna. Net toen ik je wilde pakken, je wilde grijpen en je niet meer los wilde laten, glipte je weg. Zomaar, het gebeurde voor ik er erg in had. Heel onverwachts. Maar het gebeurde wel, dat besefte ik pas later. Als ik je wel had weten te pakken, als ik je wel voor mezelf had kunnen houden, dan had ik je bij je hand gepakt. Onze vingers in elkaar verstrengeld. Jouw duim, die zachtjes over mijn hand streelde. Zo hadden we dan in de stad gelopen, alsof we niet beter wisten.

Zo hadden we al zo vaak gelopen. Wij samen, jij en ik. Maar jij ging verder. Ik bleef verbaasd achter. Verbaasd, omdat ik ieder woord dat je tegen me zei geloofd had. Hoopvolle woorden. Woorden waarvan ik dacht dat ze garant stonden voor een mooie toekomst. Woorden, waarmee je me overviel. Nu heb je me weer overvallen. Deze keer met je vlucht. De wind heeft je meegenomen. Soms waai je nog even terug, dan spreek je weer die lieve woorden. Dan wil ik je weer terug en je helemaal voor mezelf hebben, maar dat gebeurt niet. Ik heb je namelijk niet te pakken. Je bent niet van mij. Ik ben niet van jou. De wind moet gaan liggen of een andere koers aannemen, dan kan het nog gebeuren. Dan heb ik je bijna.

The Corner


The Corner, een geweldige video.
Zwart-wit, maar het beeldt zoveel kleuren uit.  Je ziet en hoort twee verliefde mensen, die hun verhaal prachtig vertellen:

“I remember the corner.
The corner of your colour, the corner of your smile.
The corner where we kissed.

The street corners turning into the corners of the corridor.
Into the corners of the room where we lay.
The corners of your mouth, of your eyes.
The corners of words we didn’t finish.
The corner of your name.
On the corner where we parted.
I remember the corner.”

Mannen van de vrede

zij leegden hun geweren
kogels in hun hand
daar op die berg
ver buiten de stad
werd de eerste stap
naar de vrede gezet

het goud van de kogels
veroorzaakte felle stralen
zonnestralen vol hoop
voortaan geen ruzie
geen uitzichtloze strijd
geen haat meer

zij hieven hun geweren
voor de laatste keer
en met de kogels
werden ze omlaag gegooid

de vechtersbazen van de oorlog
waren nu de mannen van de vrede