Liever liefde

We moeten meer lachen,
we moeten meer sporten,
we moeten harder werken,
we moeten gezonder eten en

vooral niet aan gisteren denken.
Maar van al die ‘moetens’ vergeet ik ‘tens’
en blijft vooral ‘moe’ bij me hangen.
Moe word ik van alles dat moet.

Want wat moet dat zijn nou net die dingen,
die we allemaal al hebben
en tegelijkertijd zovelen ook weer niet,
omdat ze het kwijt zijn of achterlieten.

Een dak boven je hoofd,
brood op de plank,
warm water uit de kraan
en een deken om je heen.

Maar waar blijft warm water,
als de kraan niet stroomt,
hoe wordt een deken warm,
als je dat met niemand delen kan.

Wat is warmte als de haard
niet wordt gestookt, als herinneringen
teruggaan naar een plek die niet meer bestaat.
Dan zal het kippenvel op je armen nooit verdwijnen.

Daarom kies ik liever liefde. Liever
dan sporten, harder werken of gezond eten.
Als we liever zijn voor elkaar heeft niemand nog
een deken nodig en is warmte overal te vinden.

Raadhuis

Koninklijk bezoek in Waalwijk hoeven we niet zo snel te verwachten, maar niemand minder dan Sinterklaas logeert al drie jaar op rij in ons historische schoenmakersstadje in de Langstraat. En denk maar niet dat de Sint op meer plekken in de buurt logeert. Nee nee, hij verkiest Waalwijk boven vele andere Brabantse plaatsen. Volgens Francesco van het Kunstencentrum in Waalwijk bedient het Huis van Waalwijk, waar de Sint straks negen dagen heeft gezeteld, heel Midden-Brabant.

Wie zegt dat er in Waalwijk niks te doen is op het gebied van cultuur, heeft het dus wéér mis. Kijk alleen al naar vanavond. Maar daar gaat het nu niet om. We hebben hoog bezoek en daar wordt door het Kunstencentrum, de bibliotheek, de gemeente en de decormaker van toneelvereniging OOG goed voor gezorgd. Zeg dus niet dat de culturele instellingen in Waalwijk de handen niet ineen steken.

Het ontbreekt die beste Spanjaard aan helemaal niets. Een tweepersoonsbed voor hem alleen. Tenzij de Sint stiekem de zoveelste bisschop is die er een avontuurtje op nahoudt. Er is een keuken waar de Pieten pepernoten bakken, er is een kunstenkamer waar alle tekeningen van de kinderen hangen en een heuse postkamer waar de Postpiet alle verlanglijstjes sorteert. Alle kinderen en hun ouders mogen langskomen om zelf te zien wat Sinterklaas nou de hele dag doet. Sint die je de hand schudt en de tijd voor je heeft, dat wil toch ieder kind?

Ja, over het oude raadhuis van Waalwijk hoeven we ons geen zorgen te maken, daar floreert cultuur. De sint als logé en de succesvolle tentoonstellingen de afgelopen maanden over Waalwijk in de sixties en RKC laten dat al zien. Kropholler zou trots zijn.
Een ander verhaal is het oude raadhuis van Sprang-Capelle. Daar werden regelmatig succesvolle tentoonstellingen gehouden door de heemkundevereniging, maar nu zijn er plannen om van het karakteristieke gemeentehuis appartementen en een horecagelegenheid te maken. Het enige historische wat overeind blijft is de voorgevel. Daar moet een man achter zitten, denk ik dan, zo’n eentje die bij een mooie vrouw ook alleen oog heeft voor haar voorgevel. En ja hoor, wie de krant openslaat, leest dat projectontwikkelaar Erik Faro het oude raadhuis heeft gekocht.

Ik stel de beste man voor om een van de weinige culturele gebouwen in Sprang-Capelle, op alle kerken na, in leven te houden en er geen horecagelegenheid in te plaatsen, maar eens te gaan praten met de mensen van het Huis van Waalwijk. Zij kunnen vertellen hoe historie niet verloren gaat. Ik durf te wedden dat het bestuur van de kerken, de heemkundevereniging en veel Sprang-Capellenaren er ook zo over denken. Ben je dan nog niet overtuigd, vraag dan de Sint eens te logeren.

Winst

Ach, zo gezellig, dat kleine Waalwijk aan de Maas, met de Efteling om de hoek, de 80 van de Langstraat, dat ons kneuterige plaatsje het eerste weekend van deze maand weer op zijn kop zette, ’s lands beste slager zetelt hier en niemand minder dan minister Bussenmaker pronkt met schoenen uit onze SLEM-3D-printer. Hopelijk draait dat ding dankzij de onderwijsminister straks overuren. Alsof het niet gekker kan, krijgt ons gezellige Waalwijk nu ook nog een soap. Een echte soap. Van de KNVB. Die wordt uitgezonden.

De voetbalbond gaat het damesteam van WSC volgen, omdat ze van de 18 wedstrijden geen enkele keer scoorden. Geen goede tijden. Het team kent alleen slechte tijden met 324 doelpunten tegen. 324. Maar het plezier van de voetballende vrouwen wordt er niet minder om. Dat kunnen we straks zelf aanschouwen. Zitten we van de Meerdijk tot aan Zanddonk met zijn allen gezellig voor de buis. Trots dat Waalwijk ook eens wordt opgemerkt. Dat we in het nieuws zijn. Dat er over ons wordt gepraat. Vraag je aan zo’n vaste kijker uit een uithoek van het land straks wat de Waalwijkse cultuur is, antwoordt ie: schoenen uit een 3D-printer en vrouwen die niet kunnen voetballen.

 

Liever zie ik dat het getal 324 over iets heel anders gaat. Niet over doelpunten, maar over mensen. Dat de gemeenteraad hard met de vuist op tafel slaat – tot rondvliegende houtsplinters aan toe – en zegt: we hebben plek voor 324 vluchtelingen hier in Waalwijk. Dát is pas scoren. Het klinkt al zoveel beter dan die schamele 43 vluchtelingen die sinds vanmiddag drie dagen in sporthal De Slagen verblijven voor noodopvang. Dan komen we niet in het nieuws omdat het zo gezellig is in Waalwijk of omdat de beste slager hier zijn vlees verkoopt, maar omdat we een soort tweede Nijmegen zijn dat misschien geen 3000 vluchtelingen op kan nemen, maar wel een tiende daarvan. Het grootste deel hiervan past in De Slagen. De rest kan in de oude Walewyc dat leegstaat. Burgemeester en wethouders, hoort u mij?

Waalwijk moet op de kaart komen, omdat we tolerant zijn. Ook dat is cultuur. Cultuur en beschaving gaan immers hand in hand, toch? En cultuur ontwikkelt zich door zich open te stellen voor de buitenwereld, het vreemde. We kunnen in Waalwijk op dat gebied nu een voorbeeld zijn voor andere gemeentes en dorpen. Omdat de bewoners hier wél weten wat een warm welkom is. Wél klaarstaan om de hulp te bieden die de mensen nodig hebben. Allemaal doen we iets. Dáár zouden ze een soap van moeten maken. Zet er maar camera’s op, zoveel mogelijk. Het schijnt dat vluchtelingen de tijd graag doorkomen met een potje voetbal. Misschien kunnen zij het damesteam van WSC dan leren hoe je doelpunten maakt. Dan voorspel ik dubbele winst.

Deze column las ik op vrijdag 25 september voor tijdens Club d’Hivers, een talkshow die laat zien wat er op cultureel en kunstzinnig gebied allemaal in De Langstraat te doen is. Club d’ Hivers wordt iedere laatste vrijdag van de maand in het Waalwijkse Atelier Winterdijk30b gehouden. Wees welkom! (Gratis!)

Zegen

Ze streek een pluk haar uit haar gezicht,
veegde een zweetdruppel weg en keek achterom.
Ze had iedereen achter zich gelaten en de baan leek leeg,
alsof er nooit een wedstrijd had plaatsgevonden.

Zij, de atlete die vroeger na zestig meter al uitgeput was.
Terwijl dat nu nog maar het begin is van een loop,
die vaak eindigt zoals ze het altijd voor zich zag,
toen ze dacht dat succes alleen een droom zou blijven.

Hij liep het podium af en keek nog een keer achterom.
De gordijnen waren al dicht, maar de mensen klapten nog steeds
harder dan hij ooit een applaus had gehoord.
De jongen danste vanavond alsof het toneel geen einde kende.

Zijn dansers volgden hem, zoals vogels in een v-vlucht vliegen.
Sierlijk en gelijk, geen vogel uit de formatie. Geen danser uit de maat.
Hij vertelde zijn verhaal met zijn lijf, elke beweging was een woord,
dat gesproken moest worden en door zijn publiek gehoord.

En de oudere vrouw, ook zij sprak iedere dag, maar dan met haar hart.
Om in het buurthuis de mensen de taal te leren en hen thuis te laten voelen in de stad.
Want taal begint voor haar niet met spreken, maar met een glimlach
of een bemoedigende hand op een schouder.

Een luisterend oor of een warme sjaal voor de kinderen,
de oudere vrouw had het allemaal. Dreigde het op te raken,
dan waren er de schouders en oren achter haar.
Samen spraken zij: wat begint met geven, eindigt uiteindelijk in woorden.

Daphne van Breemen

 

Brug voor natuurgebieden is kosten waard

KAATSHEUVEL – Ecoduct De Westloonse Wissel bij Kaatsheuvel was gisteren te bezichtigen voor het publiek tijdens een open dag. De meesten bezoekers zien de brug als een goed project dat wat mag kosten, omdat het de natuur dient.

Door Daphne van Breemen

Met een fototoestel om zijn nek maakt René van Bebber (65) uit Tilburg verschillende foto’s van de natuurbrug die over de Midden-Brabantweg (N261) tussen Tilburg en Waalwijk loopt en de natuurgebieden Loonse en Drunense Duinen en landgoed Huis ter Heide verbindt. “Ik rijd hier regelmatig onderdoor en was altijd al nieuwsgierig naar wat de brug inhoudt”, zegt Van Bebber. “Dit is mijn enige kans.”

Want vanaf maandag is het ecoduct gesloten voor publiek. Ook al is de veertig meter brede brug nog niet af – volgens Natuurmonumenten gaat dit nog zo’n zes weken duren – de groepjes belangstellenden lopen af en aan naar boven de brug op, die nu nog een zandbak is. Medewerkers van Natuurmonumenten, de provincie en aannemer BAMN261NonStop vertellen tijdens de weg ernaartoe over de historie van het gebied, de bouw van de natuurbrug en over de dieren die er gebruik van gaan maken. Van de kosten, die tussen de zes en acht miljoen euro liggen, weten de meeste mensen niets af. Maar Van Bebber vindt dat de natuurbrug dit bedrag waard is. “In heel Nederland wordt meer asfalt gelegd. Het is goed dat de natuur haar deel nu terugkrijgt.”

De Westloonse Wissel moet ervoor zorgen dat dieren als reeën, dassen en insecten gemakkelijk van het ene naar het andere gebied kunnen lopen en vliegen. “Dit om de populaties te vergroten”, zegt ecoloog en vrijwilliger van Natuurmonumenten Vivian Mans. “Zonder de brug blijven de dieren geïsoleerd op één plek, omdat ze vanwege het verkeer niet over kunnen steken.”

Carla van Abelen (67) uit Loon op Zand, die op landgoed Huis ter Heide woont, heeft daar haar twijfels over. “Ik woon hier al zo lang en als er in een maand drie nachten een ree heeft rondgelopen, is dat veel. Acht miljoen euro voor deze brug vind ik daarom overdreven. Mijn man en ik vragen ons af of de kosten afwegen tegen de baten. Volgens mij was een raster langs de weg genoeg geweest.”

De realisatie wordt door Perry Ammerlaan (48) uit Kaatsheuvel toegejuicht. “Er moet naast het verkeer ook rekening worden gehouden met de verbinding van natuurgebieden. Dat mag wat kosten. Ik zie liever deze brug dan een functieloos kunstwerk langs de weg.” Janneke de Vries (40) en Sander Hemerijckx (36) maken zich niet zo druk om het bedrag. “Een gewone brug kost net zo veel. En naar het ecoduct zal ongetwijfeld goed onderzoek zijn gedaan.” Dat de brug dertig jaar geleden met de aanleg van de N261 niet al is gebouwd, speelt voor hen een grotere rol. “Dat is erg voor de natuur.”

Dit bericht verscheen tevens in het Brabants Dagblad van maandag 15 juni 2015, editie De Langstraat. 

‘Ik wil iets terug doen voor slachtoffers van de aardbeving in Nepal’

WAALWIJK – De 25-jarige Anouk van Geffen uit Drunen hield gisteravond in Atelier Winterdijk 30b een lezing over haar ervaringen in Nepal van voor en na de aardbeving om mensen bewust te maken van de hulp die nodig is.

Door Daphne van Breemen

“We waren op een vrijmarkt van onze organisatie SPAK, School of Performing Arts Kathmandu, toen de grond ineens onder onze voeten begon te trillen. Je weet niet wat je meemaakt. De grond is iets vanzelfsprekends, die staat stil. Ineens golfde die zo hard “, omschrijft Van Geffen de beving.

Ze was op die bewuste 25 april net een paar dagen in de hoofdstad Kathmandu, samen met drie studiegenoten van de opleiding Theatermanagement van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU), toen de ramp het gebied trof. Omdat het er niet veilig was – een nieuwe aardbeving dreigde, er was nauwelijks eten en drinken en de kans op ziekten nam toe – besloten de docenten van de HKU dat het viertal zo snel mogelijk terug naar Nederland moest komen. Na een nacht noodgedwongen slapen op straat, gingen Van Geffen en haar studiegenoten de volgende dag naar het vliegveld. Daar brachten ze twee nachten door voor op Schiphol landden. “Dat is dubbel. Je laat al die mensen achter die niet naar veilig gebied kunnen. Maar blijven ging ook niet. Je kunt niks doen en je drinkt van hun water en eet van hun eten.”

De beving, die een kracht van 7,8 op de Schaal van Richter had, verwoestte complete dorpen in de bergen en maakten de steden tot grote puinhopen. Vanwege die grote schade zamelt Van Geffen nu geld in voor de wederopbouw van het getroffen gebied. Met de lezing hoopt ze de aanwezigen ervan te kunnen overtuigen hoe belangrijk hulp is. Het regenseizoen breekt aan, waardoor de geïmproviseerde huizen waarin de mensen nu wonen, straks niet genoeg bescherming bieden. Van Geffen laat een foto van zo’n ‘huis’ zien. “Het is niet waterdicht, beschermt niet tegen wilde dieren en insecten en bij een volgende beving stort het volledig in.”

Deze studiereis was Van Geffens tweede keer in Nepal en net als de eerste keer had ze de mensen weer in haar hart gesloten. “Die dagen voor de beving zijn we zo goed geholpen. Mijn doel is om de mensen nu iets terug te geven.” Mensen kunnen via Facebook contact opnemen met Van Geffen of geld storten op haar rekening. Ze zorgt er dan voor dat het bedrag bij de School of Performing Arts Kathmandu terechtkomt. Deze Nederlandse organisatie geeft de getroffen kinderen muziektherapie om hun trauma te verwerken. Ook zorgt ze ervoor dat het geld naar haar Nepalese vrienden en gastgezin gaat. “Een simpel huis kost vijfhonderd euro, maar dat stort bij een beving in. Er is meer nodig voor een stevig huis dat blijft staan.”

Dit artikel verscheen tevens in het Brabants Dagblad van 3 juni 2015, editie De Langstraat.

De geluiden in het park

De grote boom in het wandelpark kent de verhalen
van de mensen, hun wensen,
de vogels en hun nestjes en
het geroezemoes van het leven in de stad.

Hoort ze aan, luistert, huivert,
ritselt nog eens met zijn bladeren,
laat een schaduw over het net gemaaide gras vallen
en houdt zich verder stil.

Ziet het net verliefde stel hand in hand,
ziet hoe een vlinder op een bloem landt.
De grote boom aanschouwt het allemaal
tot de avond valt en de mensen slapengaan.

Dan denkt de grote boom al aan morgen, aan later
als de mensen hem steeds minder zien staan,
aan zijn angst dat zijn park in de vergetelheid raakt.
Hij doet dan zelf ook een wens.

Een parkfestijn met de verhalen van de mensen,
hun wensen, de vogels in hun nestjes,
de klanken van muziek en vreugde
met op de achtergrond de geluiden van de stad.

Daphne van Breemen

Boven de daken

Ze dacht dat ze boven de daken vrij was, tussen de wolken
die, hoewel ze lager hingen dan ze zich herinnerde,
net zo snel voorbijdreven als op een warme dag in juli
als ze lag in het gras.

Meedeinen op de wolken zou ze
en vooral niet naar beneden kijken
waar het donker in de straten hing.
Want boven de daken zou ze zijn vrij zijn

tussen de van vrede zingende vogels
die de zovele krassende kraaien negeerden.
Haar vleugels uitslaan zou ze daarboven
omdat het nergens anders mocht.

Zou de zon haar dan zeggen 
dat het einde een illusie is, dat ze zich het kwaad
heeft verbeeld, de stemmen niet gehoord
en de overwinning straks zacht zegeviert?

Ze dacht dat ze boven de daken vrij was, maar ze wist niet
dat daar bommenregens uit vliegtuigen werden gelost.
Leven en lijf waren hier niet tegen bestemd
en eensklaps werd ze uit haar lijden verlost.

De zon zei niets en gaf haar,
het leed verzwijgend, enkel haar vrijheid terug.

Daphne van Breemen, 4 en 5 mei 2015

Dit gedicht verscheen ook op cjp.nl onder de naam ‘CJP doet het met dichters: Daphne van Breemen‘.

Zomerdijk

Geef me zomer aan je dijk
laat me de boten tellen
alsof de stroom nooit ophoudt
zwaaien naar een schipper

madeliefjes plukken uit het hoogste gras
staren naar de lucht
laat me dromen van later
naast me kijken

lachen, weer omhoog kijken
zomer overal
weer naast me kijken
en jou dan zien

Daphne van Breemen