De straat op!

Fietsen is iets wat ik dagelijks doe. Naar de bus, naar de supermarkt, de stad, vrienden, noem het allemaal maar op. Niets bijzonders, zal je denken. Dat is ook zo. Maar toen ik een paar dagen geleden op weg was naar de stad en langs mijn oude basisschool reed, zag ik op het grasveld langs de weg toch wel een heel opvallend spandoek hangen. ‘Hier geen hondendrol, maar kinderlol’, stond er met dikke zwarte letters op. Kort maar krachtig. De boodschap was duidelijk. Op dat grasveld hoorden kinderen te spelen. Voetballen, tikkertje, verstoppertje; de welbekende kinderspelletjes. Buitenspelen, dat is wat kinderen moeten kunnen doen. Schijnbaar was dit op het bewuste grasveld niet meer mogelijk. Hondendrollen maakten het onmogelijk om met schone schoenzolen van het veld af te komen.

Dit zette mij aan het denken. Tegenwoordig zie je helemaal niet meer zo vaak kinderen buiten, die plezier maken en spelletjes spelen. Computers hebben het gewonnen van de straat. Kinderen zitten alleen nog maar binnen vastgeketend aan hun computer. MSN, Hyves, games en noem het allemaal maar op, zijn veel interessanter geworden dan het buitenspelen. Zonde, want buiten kun je zo veel leuke dingen doen. Maar waarom zou je naar buiten gaan om met je vriendjes en vriendinnetjes te spelen en te kletsen als je dit ook achter de computer kunt doen door middel van chatten? Hoezo tikkertje, verstoppertje, Tien tellen in de Rimboe en Spoorzoekertje? Je kunt op internet allerlei spellen spelen, die veel spannender zijn en ook nog eens een stuk gevaarlijker. Oorlog voeren, schieten met geweren, dat is toch stoer? Nee, voor het beleven van een avontuur hoeft een kind echt niet meer de buitenwereld in, dit kan heel gemakkelijk in een virtuele wereld.

Dat vind ik jammer. Buitenspelen hoort in mijn ogen in het Nederlandse straatbeeld. Het hoort vanzelfsprekend te zijn dat op straat kindergeluiden klinken en je naast het blaffen van een hond ook gegiechel en pret hoort van de kinderen uit de wijk. Ik weet nog dat ik vroeger altijd buiten speelde. Of het nu winter of zomer was, dat maakte voor ons niets uit. Als het sneeuwde, maakten we een sneeuwpop of hielden we een sneeuwballengevecht. Handschoenen aan, muts op, sjaal om en we waren er helemaal klaar voor. In de zomer, wanneer het ’s avonds lang licht bleef, waren we al helemaal vaak buiten te vinden. Alle kinderen uit de buurt verzamelden zich in de speeltuin. Hier werden allerlei spelletjes bedacht. Creatieve breinen waren er genoeg. Met de meisjes uit de buurt spraken we vaak af dat we de poppen meenamen. Als echte moedertjes in spé liepen we op straat met kinderwagens, kleertjes voor de poppen, luiers, dekentjes en flesjes. Overal werd aan gedacht. Iedereen zorgde voor wat te eten en het picknicken kon beginnen. Naast de speeltuin was een groot grasveld met twee doelen. Hier waren altijd voetballende jongens te vinden. Toen we wat ouder werden, organiseerden we heuse slagbaltoernooien. Fanatiek als we waren, deed ieder team zijn best om te winnen. Naast het feit dat we plezier maakten, waren we ook nog eens sportief bezig.

Alleen al daarom moeten kinderen de straat weer op. In plaats van dat al die volwassenen over het dikker worden van kinderen blijven klagen en zeuren, moeten ze hun kinderen naar buiten sturen. Buitenspelen is dus niet alleen goed voor de dagelijkse beweging van kinderen. Naast het feit dat ze sportief bezig zijn, zijn ze ook nog eens met andere kinderen in de weer. Ze moeten samenwerken, aan een ander denken en hebben plezier met elkaar. Op sociaal gebied worden ze hier ook alleen beter van. Twee vliegen in één klap dus. Beste ouders, stuur je kind de deur uit. Lieve kids, maak dat je wegkomt. Hup, de straat op! Mocht je in een hondendrol stappen, klop dan maar bij mij aan. Ik zal jullie schoenen wel ontdoen van die rotzooi, zolang jullie maar buitenspelen.

Een dodelijke ontdekking

Elf dagen geleden, maandag 1 november 2010, was de dag dat mijn leven voorgoed veranderde. Ja, echt waar. Ga er maar eens even goed voor zitten. Ik zal je vertellen welke ontdekking ik die dag deed. Het gebeurde tijdens een college ‘Achter Het Nieuws’. Het was nog vroeg en ik had dan ook geen zin om verhalen over de lokale politiek aan te horen. Overigens was net het nieuws bekend dat Harry Mulisch was overleden. Via internet kwamen Merel en ik er achter dat Mulisch een zoon had. Menzo genaamd. Deze jongen bleek achttien te zijn. Net zo oud als wij. Je ziet het al aankomen: wij waren natuurlijk erg benieuwd naar deze jongeman. Wie weet was hij wel knap.

Daarom besloten wij zijn naam te googelen. De zoekresultaten brachten ons helaas niet bij foto’s van de voor ons mysterieuze Menzo Mulisch, maar wel bij iets anders. Via Google kwamen we op de website www.sterfdatum.nl terecht. De site trok meteen onze aandacht en we klikten de link aan. Het bleek dat je een vragenlijst in moest vullen en dat de site hierna berekende wanneer je dood zou gaan. Je precieze sterfdatum zou vervolgens op het scherm komen te staan. De nieuwsgierigheid won het van onze angst en na enig getwijfel besloten we toch de vragenlijst in te vullen.

Vijf minuten later was het zover. Mijn sterfdatum was berekend en verscheen op mijn beeldscherm: “Daphne van Breemen zal overlijden op vrijdag 26 juni 2082 in de leeftijd van 89 jaar.” Om het af te maken stond er een heuse overlijdensadvertentie bij met de tekst: “Ik laat niemand achter, maar ben iedereen voor.” Mijn overlijdensadvertentie werd afgesloten met de woorden: “Daphne hield van bloemen.” Fijn, wist ik dat ook weer.

Ik word dus 89 jaar en dat vind ik helemaal niet zo erg. Het is een mooie leeftijd. Niet iedereen kan zeggen dat hij zo oud wordt. Toch jammer dat ik nooit zal kunnen zeggen dat ik de negentig gehaald heb. Maar goed, je kunt natuurlijk niet alles hebben. Na dit geruststellende bericht realiseerde ik me dat ik dus nog 71 jaar te gaan heb tot mijn dood. Jaren genoeg om te genieten van het leven, om alle dingen te doen die ik nog wil doen en om mezelf te zien veranderen in een oud grijs dametje.

Nog even, voor ik het vergeet: via deze weg wil ik jullie allemaal uitnodigen om op maandag 29 juni 2082 naar mijn begrafenis te komen. Iedereen is van harte welkom, dus noteer het alvast in je agenda. Tijd en plaats zijn nog onbekend, deze informatie volgt tegen die tijd. En nog iets: vergeet vooral de bloemen niet.

Ergens

Ergens waar een kamer
gevangen is in zijn eigen ruimte
Waar het donker is
En de kilte guur afsteekt tegen de verlaten muren
Waar de muren vechten om de ruimte
Waar zelfs het verste hoekje haast onvindbaar is

Daar ergens,
waar het licht al lang geleden is gedoofd
Ligt een verloren briefje
Zwarte letters op wit papier
De woorden zeggen:
‘Ooit was jij hier.’